Kort verslag van de b.l.v. van de N.O.G op 7 februari in sociaal centrum “de Kiekmure” in Harderwijk.

 
 

Op 7 februari werd op de buitengewone ledenvergadering, die ondanks code oranje van de ANWB wegens ijzel bezocht werd door zo'n 30 mensen, input verzameld voor een goede discussie die plaats moet gaan vinden binnen de verenigingen.
Aanleiding voor de bijeenkomst was gedoe in het afgelopen jaar op keuringen, en dan vooral rond stamboekopnames.
De scholingscommissie constateert dat fokkers niet meer tevreden zijn met stamboekopnames als de dieren niet in de klasse “zeer goed” of “uitmuntend” scoren.
Dit wordt dan ook steeds duidelijker geuit, en niet altijd met respect voor de stamboekinspecteurs. Tegelijkertijd wordt ook op verschillende manieren uiting gegeven aan het feit dat aan uniformiteit van stamboekopnames te verbeteren valt. Ook hier gaat de discussie niet altijd gepaard met respect en meningen worden dan ook al te snel feiten. Voor het NOG-bestuur en de scholingscommissie is deze aanleiding reden genoeg om een discussie te starten met de leden over de vraag wat de leden willen van hun NOG. Hiertoe werden een aantal vragen opgesteld, die in een vijftal groepen besproken werden, waarna centraal gepresenteerd werd door elke groep. De bijeenkomst startte met een korte toelichting op de bovengenoemde aanleiding. Als verklaring kunnen elementen genoemd worden als de grotere openheid van inspecteurs richting fokkers (inspecteurs staan minder op afstand), fokkers die mondiger zijn, fokkers die minder snel tevreden zijn met het resultaat van stamboekopname, het niet altijd op één lijn zitten van stamboekinspecteurs en het beeld dat op huiskeuringen hoger gescoord wordt dan op keuringen. Gevolg van het gedoe is inmiddels wel, dat een aantal stamboekinspecteurs minder plezier heeft in het werk, maar ook dat serieuze fokkers zich afvragen wat een stamboekopname nog waard is. Wanneer de NOG een organisatie wil zijn waar richting gegeven kan worden aan de stamboekfokkerij, dan zullen de genoemde zaken opgelost moeten worden. De vragen die op de buitengewone ledenvergadering gesteld werden, waren bedoeld om inhoudelijke voeding te geven aan vragen die binnen de verenigingen gesteld en beantwoord moeten worden: 1. Wat moet de NOG zijn? a. Organisatie voor het registreren van afstamming of b. Organisatie voor registreren van afstamming en daarnaast ook geven van richting aan fokkerij 2. Indien 1b, moeten dan de eisen die gesteld worden aan uniformiteit van stamboekopnames omhoog a. Vraagt dit om meer duidelijkheid naar fokkers over de vragen: aan welke regels moeten dieren voldoen voor de scores onvoldoende/voldoende/goed/zeer goed/uitmuntend b. Aan welke voorwaarden moeten inspecteurs voldoen of moet de organisatie voldoen ten gunste van toename van uniformiteit 3. Indien 1b, vragen we dan ook een Europese erkenning aan? 4. Op welke wijze kunnen we respect voor het uitvoerende corps van keurmeesters en inspecteurs bereiken? De vijf groepen die deze vragen beantwoordden waren het over vraag 1 unaniem eens: we verwachten dat de NOG, naast het registreren van afstamming, ook een organisatie is die richting kan geven aan de fokkerij. Bij vraag 2 was het ook duidelijk dat goede en uniforme stamboekopnames een voorwaarde zijn voor het geven van inhoud aan de fokkerij. Bij vraag 2a was de discussie wat wisselender: Sommigen denken dat de regels met duidelijkheid over true type er zijn, anderen denken dat meer duidelijkheid naar de fokkers over de waardering van dieren wel kan helpen. Soms werd de behoefte aan een herijking van stamboekopnames genoemd. Bij 1b zijn de antwoorden ook weer eenduidig: uniforme stamboekopnames zijn voor fokkerij van belang. Over de vraag hoe meer uniformiteit te bereiken, kwamen veel ideeën: van het standaard opnemen met meer dan één inspecteur tot het (veel) vaker scholen van inspecteurs tot het beter verdelen van inspecteurs en keurmeesters over het land / regio m.b.v. een landelijke coördinatie hierin. Over de vraag of dit dan ook gepaard moet gaan met de Europese stamboekerkenning was iets meer verdeeldheid: van een volmondig “ja” tot een afweging van voors en tegens. Vóór erkenning werden argumenten genoemd als de status die het met zich meebrengt, naast de mogelijkheid naar alle landen binnen stamboek te exporteren, wat handel kan bevorderen en daarmee de prijs van overtollige dieren. Ertegen spreken argumenten als de onmogelijkheid binnen stamboek te importeren uit landen die niet erkend zijn en/of geen erkenning zullen aanvragen (zoals Engeland). Dat zou voor de rassen Nubisch, Boergeit en (Britisch) Toggenburger nadelen opleveren en mogelijk gaan leiden tot meer fokkerij buiten het stamboek om. Wanneer het kader voor het verkrijgen én onderhouden van de erkenning er binnen onze organisatie niet is, zou het delegeren van deze taak tot de mogelijkheid behoren. De laatste vraag leidde tot antwoorden als: “kwaliteit leidt vanzelf tot respect” tot “notoire misdragers moeten geweerd worden uit de organisatie”. Ook evalueren van keuringen werd hier als middel genoemd. Tijdens opname geen discussie en pas na invullen een toelichting was hier ook genoemd. Al met al was de bijeenkomst zinvol en mogelijk kunnen de afwegingen leiden tot goede discussie binnen de verenigingen.
   Bekijk de presentatie van de BLV

Interesante sites   vakblad Geitenhouderij   Levende Have  Platform KSG     GD     VWA      SLG    Facebook